De geschiedenis van de kerstmarkt: van middeleeuws tot modern

De eerste kerstmarkt dook op in 1434 in Dresden. Sindsdien groeide het fenomeen uit van lokale middeleeuwse handelsmarkten tot miljoenen bezoekers in heel Europa. Ontdek hoe het allemaal begon en waarom we er nog steeds van genieten.

De geschiedenis van de kerstmarkt: van middeleeuws tot modern

De Glühwein dampt, het reuzenrad draait, en overal klinken kerstliederen. Kerstmarkten voelen zo vanzelfsprekend dat je bijna vergeet hoe bijzonder het eigenlijk is: miljoenen mensen die elk jaar naar houten kramen trekken op een koud plein, op zoek naar warmte, gezelligheid en een handgemaakte notenkraker. Maar hoe is dat begonnen? Wie bedacht het idee om midden in de winter een markt te houden, en hoe groeide dat kleine begin uit tot het fenomeen dat we vandaag kennen?

Het antwoord begint in de middeleeuwen. En het heeft meer te maken met vlees, kou en noodzaak dan je zou denken.

Wintermarkten: geboren uit noodzaak

Om de oorsprong van de kerstmarkt te begrijpen, moet je je het Europa van de veertiende eeuw voorstellen. De wegen waren onbegaanbaar, de winters streng en voedsel was schaars. Stallen zaten vol met slachtvee dat niet vervoerd kon worden. Lokale overheden gaven daarom toestemming voor speciale wintermarkten, zodat burgers alsnog aan vlees en andere levensmiddelen konden komen.

De vroegste verwijzing naar zo'n markt gaat terug tot 1298 in Wenen, waar Albrecht I, Rooms-Duits koning, de burgers toestemming gaf voor een Decembermarkt. Die markt vond plaats op de Graben, de Freyung en Am Hof. Of dit al een echte kerstmarkt was in de zin zoals wij die kennen, valt te betwisten. Het was eerder een praktische wintermarkt die toevallig in december viel.

Rond dezelfde periode verschenen vergelijkbare markten in andere Duitstalige steden. In 1384 kreeg het Saksische stadje Bautzen van Koning Wenzel het recht om rond kerstmis een markt te houden. Het slagersgilde was er het machtigste gilde, en de markt draaide dan ook vooral om vlees. Gaandeweg kwamen er meer producten bij: huishoudelijke artikelen, warme kleding, en uiteindelijk ook handgemaakte geschenken.

De Striezelmarkt: het begin van een traditie

Het echte keerpunt kwam in 1434 in Dresden. Keurvorst Frederik II van Saksen gaf toestemming voor een eendagsmarkt op de dag voor kerst, zodat burgers na de vastenperiode vlees konden kopen. Deze markt op de Altmarkt kreeg de naam Striezelmarkt, vernoemd naar de Striezel of Strutzel, een zoet gevlochten brood dat we nu kennen als de Dresdner Christstollen.

Wat de Striezelmarkt bijzonder maakt, is niet alleen het jaartal. Het is het feit dat deze markt nooit meer stopte. Bijna 600 jaar later trekt de Striezelmarkt nog steeds zo'n 2,5 miljoen bezoekers per jaar. In het seizoen 2025/2026 vierde de markt zijn 591e editie (twee edities vielen uit tijdens de coronapandemie). Dresden heeft tegenwoordig negen kerstmarkten verspreid over de hele stad, maar de Striezelmarkt op de Altmarkt blijft het kloppende hart.

De markt is nog steeds onlosmakelijk verbonden met de Christstollen. Elk jaar wordt er tijdens het Stollenfest, op de tweede zaterdag van de advent, een reusachtige stol van zo'n drie tot vier ton door de stad gereden. Bij aankomst op de Altmarkt wordt hij aangesneden met een traditioneel mes van anderhalve meter. Die stol is niet zomaar een brood. Het is een levende traditie die bijna zes eeuwen overspant.

Straatsburg en de Reformatie: het Christkind verschijnt

Als de Striezelmarkt de oudste is, dan is de Christkindelsmärik van Straatsburg misschien wel de meest invloedrijke. En het verhaal erachter is verrassend politiek.

Tot de zestiende eeuw hielden veel steden een Nikolausmarkt rond 6 december, de naamdag van Sint-Nicolaas. Maar toen Straatsburg in de jaren 1520 en 1530 het protestantisme omarmde, veranderde alles. De Reformatie keerde zich tegen de heiligenverering, en de Nikolausmarkt werd gezien als een overblijfsel van het katholicisme. In 1570 riep de protestantse predikant Johannes Flinner vanaf de kansel van de kathedraal op om de cultus van de heiligen voorgoed achter zich te laten. De stadsraad verbood de Nikolausmarkt.

Maar de kooplieden die hun inkomen aan de markt te danken hadden, zaten met een probleem. Als compromis stond de stadsraad een nieuwe markt toe, dit keer niet rond 6 december maar in de week voor 25 december, gericht op de geboorte van Christus in plaats van op een heilige. Die markt kreeg de naam Christkindelsmärik: markt van het Christkind, in het Elzasser dialect.

Dit was een scharnierpunt in de Europese geschiedenis. De verschuiving van Nikolaus naar het Christkind als geschenkbrenger verspreidde zich met het protestantisme over grote delen van Duitsland en Midden-Europa. Nürnberg volgde in 1628, Wenen in 1764, München pas in 1806. De kerstmarkt zoals wij die kennen, met de nadruk op de adventstijd en het Christkind, is daarmee in feite een product van de Reformatie.

De Christkindelsmärik verhuisde door de eeuwen heen van het kathedraalplein naar de Place Kléber en uiteindelijk naar de Place Broglie, waar ze sinds 1871 staat. Tegenwoordig telt Straatsburg dertien kerstmarkten met ruim 300 chalets, en de stad trekt jaarlijks meer dan drie miljoen bezoekers. De titel "Hoofdstad van de Kerst" is niet voor niets.

Van regionaal gebruik tot internationaal fenomeen

De verspreiding van kerstmarkten verliep lange tijd langzaam. Tot diep in de negentiende eeuw bleef het vooral een Duitstalig fenomeen, geconcentreerd in wat nu Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en de Elzas is. De markten waren lokaal, bescheiden en gericht op de gemeenschap.

De industriële revolutie veranderde dat. Hogere levensstandaarden en de opkomst van de arbeidersklasse zorgden voor een explosieve groei. In Berlijn groeide het aantal marktkramen van 303 in 1805 naar zo'n 600 in 1840. Kerstmarkten werden steeds meer een plek voor gezinnen, met speelgoed, versieringen en zoete lekkernijen naast de oorspronkelijke basisbehoeften.

Tegelijkertijd ontstonden er spanningen. De elite begon neer te kijken op de markten, die steeds commerciëler werden. Politieagenten klaagden over het "schorriemorrie" dat op de markten afkwam. Maar de populariteit was niet te stuiten.

In de twintigste eeuw kwamen de twee wereldoorlogen als een pijnlijke onderbreking. Maar na 1945 herstelden de markten zich snel, nu met een extra laag nostalgie en verlangen naar traditie. De wederopbouwperiode maakte kerstmarkten tot symbolen van gezelligheid en gemeenschapszin, precies de waarden die Europa na de oorlog nodig had.

De kerstmarkt komt naar de Lage Landen

In Nederland en België zijn kerstmarkten een relatief jong verschijnsel. Waar Duitsland er meer dan 2.800 telt, groeide het fenomeen in onze streken pas echt vanaf de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw.

Maar wat een groei. Valkenburg claimde een unieke positie door zijn kerstmarkt in de eeuwenoude mergelgrotten te houden, de enige ondergrondse kerstmarkt ter wereld. Maastricht bracht de Limburgse gezelligheid naar het Vrijthof, een markt die tegenwoordig meer dan een miljoen bezoekers trekt. In Vlaanderen werden Brugge, Gent en Brussel vaste waarden.

Een bijzonder fenomeen in Nederland is de Dickensmarkt, met het Dickens Festijn in Deventer als bekendste voorbeeld. Hier wordt niet de Duitse, maar de Engelse kersttaditie gevierd: het Victoriaanse Engeland van Charles Dickens, met duizend figuranten in negentiende-eeuwse kostuums. Het toont hoe flexibel het concept kerstmarkt is geworden, los van de oorspronkelijke Duitstalige wortels.

Van stol tot duurzaamheid: de kerstmarkt in de 21e eeuw

Wie vandaag over een kerstmarkt loopt, beweegt zich door een landschap dat er tien jaar geleden heel anders uitzag. Er zijn vijf opvallende trends die de moderne kerstmarkt definiëren.

Ten eerste worden de seizoenen langer. Waar kerstmarkten traditioneel van eind november tot 23 december liepen, openen steeds meer markten al half november. De Heumarkt in Keulen loopt zelfs door tot begin januari. De "kerstmarkt" wordt langzaam een "wintermarkt", en die verschuiving is meer dan een naamkwestie.

Ten tweede is duurzaamheid een serieus thema geworden. Herbruikbare mokken zijn de standaard. Steeds meer markten werken met lokale producenten, LED-verlichting en biologische producten. In Amsterdam organiseerde Café de Ceuvel een volledig duurzame wintermarkt.

Ten derde groeit Oost-Europa als kerstmarktbestemming. Zagreb, Tallinn, Boedapest en Gdansk trekken elk jaar meer internationale bezoekers. Gdansk won in 2025 zelfs de prijs voor beste kerstmarkt van Europa.

Ten vierde speelt de trein een steeds grotere rol. Het bewustzijn rond klimaat maakt de treinreis naar een kerstmarkt in het buitenland steeds populairder. Vanuit Utrecht sta je met de ICE in ruim twee uur in Keulen. Vanuit Brussel ben je met de Thalys in minder dan twee uur in de Domstad. Dat maakt een kerstmarktbezoek tot een makkelijk dagje uit, zonder de stress van parkeren en files.

En ten vijfde is er een groeiende waardering voor authenticiteit. Na jaren van commercialisering zoeken bezoekers weer naar de echte ervaring: ambachtelijk houtsnijwerk uit het Erzgebirge, handgeblazen kerstballen uit Lauscha, Pulsnitzer Pfefferkuchen gebakken volgens een recept uit 1558. De kerstmarkt keert in zekere zin terug naar haar wortels.

Een levende traditie

Misschien is dat wel het mooiste aan de kerstmarkt: ze verandert voortdurend, maar voelt altijd vertrouwd. De Striezelmarkt in Dresden verkoopt nog steeds dezelfde Christstollen als in de vijftiende eeuw, maar de bezoekers betalen inmiddels contactloos en drinken uit herbruikbare mokken. In Straatsburg klinkt nog het Elzasser dialect in de naam Christkindelsmärik, terwijl de markt inmiddels ruim drie miljoen internationale bezoekers verwelkomt.

Cultureel erfgoedexperts benadrukken dat die verandering juist de kracht is van de kerstmarkt. Een traditie die bevroren wordt, sterft. Een traditie die meebeweegt met haar tijd, blijft leven. Van middeleeuwse vleesmarkt tot duurzaam winterevenement: de kerstmarkt is na bijna zevenhonderd jaar springlevend.

En wij? Wij staan er met koude handen en een warme mok, precies zoals die eerste bezoekers in Dresden in 1434. Sommige dingen veranderen nooit.

Bekijk ook Kerstavontuur.com voor tips over kerstuitjes en winterse bestemmingen.