Hoe een middeleeuwse wintermarkt in Wenen uitgroeide tot een internationaal fenomeen met meer dan 3.000 markten in heel Europa.
Elk jaar opnieuw verschijnen ze op pleinen in heel Europa: houten kraampjes met slingers van licht, de geur van kaneel en gluhwein, en een sfeer die nergens anders zo voelbaar is als op een kerstmarkt. Wat vandaag miljoenen bezoekers trekt en steden honderden miljoenen euro’s oplevert, begon ruim zeven eeuwen geleden als iets heel anders. Geen feestelijk shoppen, geen ambachtelijke kerstballen of gesuikerde amandelen, maar een pure noodzaak: voorraden inslaan om de winter te overleven.
De geschiedenis van de kerstmarkt is een verhaal van overleven, geloof, handel, politiek en traditie. Van een eendaagse vleesmarkt op het Altmarkt in Dresden tot lichtfestivals die complete stadscentra transformeren. Het is een geschiedenis die meer zegt over Europa dan je op het eerste gezicht zou denken.
De eerste decembermarkten: overleven in de middeleeuwen
De vroegste voorloper van wat we nu een kerstmarkt noemen, vinden we in Wenen. In 1296 verleende hertog Albrecht I van Oostenrijk de burgers van Wenen het recht om een zogenaamde Dezembermarkt te houden, een veertien dagen durende wintermarkt in de adventstijd. Dat klinkt feestelijk, maar de werkelijkheid was een stuk nuchterder. Het ging om een gereguleerde gelegenheid om vlees, brandhout en andere voorraden in te slaan voordat de zware sneeuwval het transport onmogelijk maakte.
Het is een veelgehoord misverstand dat deze Weense markt de eerste echte kerstmarkt was. De stad Wenen zelf nuanceert dat op haar officiële website: middeleeuwse stadsrekeningen bevatten geen inkomsten of uitgaven die wijzen op een specifiek kerstgerelateerde markt. De eerste concrete vermelding van hutjes en kramen bij de Stephansdom dateert pas uit 1626. Toch markeert het jaar 1296 een belangrijk beginpunt, want het bewijst dat het concept van een winterse markt in de adventstijd al in de dertiende eeuw bestond.
Vanuit Wenen verspreidde het idee zich naar andere steden in het Duitstalige deel van Europa. München volgde in 1310, Bautzen in 1384 en Frankfurt in 1393. Al deze markten waren in de eerste plaats praktisch van aard. In Bautzen verleende koning Wenceslaus IV het recht op een vrije vleesmarkt die liep van Sint-Michaelsdag op 29 september tot Kerstmis. Het ging om overleven, niet om vieren.
Dresden 1434: de geboorte van de echte kerstmarkt
De oudste gedocumenteerde kerstmarkt die we vandaag als zodanig zouden herkennen, is de Striezelmarkt in Dresden. Op de maandag voor Kerstmis in 1434 gaf keurvorst Frederik II van Saksen toestemming voor een eendaagse markt op het Altmarkt. Het doel was oorspronkelijk bescheiden: burgers de mogelijkheid bieden vlees te kopen voor het kerstmaal, na de traditionele vastenperiode van de advent.
De naam Striezelmarkt verwijst naar de Striezel, een soort vruchtenbrood dat op de markt werd verkocht en dat we nu kennen als Stollen of Christstollen. Dat brood, rijkelijk gevuld met gekonfijt fruit, gedroogd fruit en bestoven met poedersuiker, is nog altijd hét symbool van de Striezelmarkt. Wat begon als een dag vlees verkopen, groeide in de daaropvolgende eeuwen uit tot een markt waar ook speelgoed, snoep, decoraties en ambachtelijke producten werden aangeboden.
De Striezelmarkt bestaat in 2026 al 592 jaar. Met zo’n 240 kramen trekt de markt tegenwoordig ongeveer 3 miljoen bezoekers per jaar. De wereldberoemde kerstpiramide van 14 meter hoog, de traditionele Pflaumentoffel (pruimenmannetjes, een Dresdense traditie sinds 1801) en het jaarlijkse Stollenfest zijn directe erfgenamen van die eerste winterdag in 1434. De Schwibbogen, boogvormige kandelaren die verwijzen naar de mijnbouwgeschiedenis van het nabijgelegen Erzgebirge, sieren bijna elk raam in Dresden tijdens de advent. Wie vandaag over het Altmarkt loopt, staat letterlijk op de plek waar de kerstmarkttraditie begon.
De Reformatie verandert alles
De transformatie van praktische decembermarkten naar feestelijke kerstmarkten werd aangejaagd door een van de grootste culturele verschuivingen in de Europese geschiedenis: de protestantse Reformatie. Vóór de zestiende eeuw werden cadeaus traditioneel uitgewisseld op 6 december, het feest van Sint-Nicolaas, of op 11 november, het feest van Sint-Maarten.
Maarten Luther, de Duitse theoloog die in 1517 de Reformatie in gang zette, wilde af van de heiligenverering. Hij stelde voor om cadeaus voortaan op kerstavond te geven, gebracht door het Christkind in plaats van door Sint-Nicolaas. Het Christkind werd oorspronkelijk voorgesteld als het Jezuskind, maar evolueerde in de loop der eeuwen tot een engelachtige figuur, doorgaans afgebeeld als een jong meisje in een wit-gouden gewaad met een kroon en vleugels.
Die verschuiving had een enorm effect op de markten. Ineens ontstond er vlak voor Kerstmis een grote vraag naar speelgoed, snoep, ambachtelijke producten en decoraties. De oude voorraden-markten transformeerden in de feestelijke Christkindlmarkten die we vandaag herkennen. De gewoonte verspreidde zich snel door protestantse gebieden. Veel markten namen de naam Christkindlmarkt aan, vooral in Zuid-Duitsland.
Kerken, die oorspronkelijk hadden aangemoedigd om markten in hun nabijheid te houden om meer bezoekers naar de diensten te trekken, merkten al snel dat ze concurreerden met de drukte op de markten. Er bestaat een beroemd verhaal over een priester in Neurenberg die in 1616 klaagde dat hij de middagdienst op kerstavond niet kon houden, omdat zijn hele gemeente op de markt aan het winkelen was.
De Christkindlesmarkt van Neurenberg, voor het eerst officieel gedocumenteerd in 1628, groeide uit tot een van de beroemdste kerstmarkten ter wereld. De markt in Straatsburg, gedateerd op 1570, werd een culturele brug tussen de Duitse en de Franse traditie. De stad lag eeuwenlang op de grens tussen beide culturen en noemt zichzelf tot op de dag van vandaag de Capitale de Noël.
Regulering, groei en de strijd met warenhuizen
Naarmate kerstmarkten in populariteit groeiden, realiseerden overheden zich dat er regulering nodig was. Berlijn bepaalde in 1750 de locatie van de stadsmarkt en hoe lang die mocht duren: van 11 december tot 6 januari. De markt zelf groeide van ongeveer 50 kraampjes rond 1650 naar zo’n 600 in 1840.
In Frankfurt schreef een politieverordening uit 1869 voor dat de kerstmarkt alleen mocht lopen van 5 december tot 1 januari, met een verkoopverbod tijdens de kerkmis op 25 en 26 december en 1 januari. Alleen ‘echte kerstartikelen’ mochten worden verkocht: kinderspeelgoed, kerstbomen, kerststalletjes, peperkoek en snoepgoed.
Aan het einde van de negentiende eeuw keerden kapitalistische krachten zich tegen de markten. Eigenaren van de nieuwe warenhuizen in de binnensteden lobbyden om de markten te verplaatsen naar de stadsranden, weg van de concurrentie. Van Berlijn tot Neurenberg werden kerstmarkten naar de periferie verbannen, waar ze decennialang een kwijnend bestaan leidden.
Een donker hoofdstuk: kerstmarkten onder het naziregime
In de jaren dertig keerden kerstmarkten terug naar de binnensteden, maar onder een sinistere vlag. Het naziregime zag de populariteit van de markten en besloot ze in te zetten als propagandamiddel. In 1933 werd bepaald dat markten uitsluitend kerstgerelateerde artikelen mochten verkopen: kerstboomversiering, speelgoed, peperkoek en adventskransmakers. Buitenlandse producten werden verboden.
De religieuze wortels van Kerstmis werden bewust afgezwakt ten gunste van een Arisch, Duits-nationalistisch narratief. Organisatoren gebruikten slingers, glazen ballen en lichtjes om een feestelijke sfeer te creëren. Eind jaren dertig werden ook etensstalletjes met Bratwurst en andere Duitse gerechten vaste onderdelen van de markten. Historici Spennemann en Parker schrijven in het vakblad Heritage dat deze periode cruciaal was voor de transformatie van de kerstmarkt: van een primair commerciële operatie naar een belevenisevenement. Het is een ongemakkelijke waarheid dat het model dat we vandaag kennen, met de nadruk op sfeer en beleving boven pure handel, mede is gevormd in deze periode.
Rond Kerstmis 1943 werd in Wenen voor het laatst een kerstmarkt gehouden op het Stephansplatz. In de jaren daarna bereikte de oorlog de stad en was er geen ruimte meer voor markten.
Naoorlogs herstel en de internationale doorbraak
Na de Tweede Wereldoorlog duurde het even voordat de kerstmarkten terugkwamen. In Wenen werd met Kerstmis 1946 voor het eerst weer een markt gehouden, op het plein voor het Messepalast. In Dresden, waar de binnenstad grotendeels verwoest was, nam het herstel nog langer in beslag.
De echte opleving kwam in de jaren zestig en zeventig. Het aantal kerstmarkten verdrievoudigde tussen de jaren zeventig en 2019. Wat ooit een lokale Duitstalige aangelegenheid was, groeide uit tot een internationaal wintertoerisme-fenomeen. In de jaren tachtig en negentig verspreidden markten in Duitse stijl zich naar het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en zelfs Japan.
Het Verenigd Koninkrijk organiseerde pas in 1982 zijn eerste kerstmarkt, maar telt er vandaag meer dan honderd. Het Birmingham Frankfurt Christmas Market, dat in 2001 begon als samenwerking tussen de twee zustersteden, trekt inmiddels zo’n 5 miljoen bezoekers per jaar en is daarmee een van de drukstbezochte kerstmarkten buiten Duitstalig Europa.
De kerstmarkt in 2026: een miljardenindustrie
Vandaag zijn kerstmarkten big business. Alleen al in Duitsland zijn er meer dan 1.400 markten per jaar. De top zeven kerstmarkten in Europa trekken samen 17,3 miljoen bezoekers en genereren een economische impact van bijna 987 miljoen euro, volgens cijfers van The Data Appeal Company en Mabrian. Bezoekers geven gemiddeld 58% van hun budget uit aan eten en drinken, 28% aan transport en 14% aan overnachtingen.
De groei versnelt bovendien. Visa Consulting & Analytics rapporteert een gemiddelde jaarlijkse groei van 15% in bezoekersaantallen. Frankfurt noteert een stijging van 45%, Keulen 35% en Straatsburg 30%. Steden die tien jaar geleden nauwelijks op de kaart stonden als kerstmarktbestemming, trekken nu honderdduizenden bezoekers. Het Roemeense Craiova werd in 2024 door European Best Destinations verkozen tot beste kerstmarkt van Europa, met 142.000 stemmen uit 140 landen.
Tegelijkertijd veranderen de markten zelf. Licht is niet langer decoratie maar het centrale concept, met 3D-projecties op gebouwen in Boedapest, interactieve installaties in Riga en lichtfestivals die de hele binnenstad beslaan. Duurzaamheid wordt zichtbaar met Pfand-systemen voor mokken, lokale producenten, eco-markten in Berlijn en treinreisarrangementen. Oost-Europa breekt door als betaalbaar en authentiek alternatief voor de overvolle West-Europese klassiekers.
Wat blijft: de kracht van een 700 jaar oude traditie
Het opmerkelijke aan de geschiedenis van de kerstmarkt is hoe veerkrachtig de traditie is gebleken. Ze overleefde de verschuiving van overleven naar vieren, de Reformatie, de concurrentie met warenhuizen, de propaganda van het naziregime, twee wereldoorlogen en zelfs de pandemie van 2020. Toen steden probeerden om virtuele kerstmarkten en drive-through-varianten aan te bieden, bleek de interesse minimaal. Het bevestigde wat historici allang wisten: de kerstmarkt draait niet om het kopen van spullen, maar om aanwezigheid. Om de geur, het licht, de warmte en het samenzijn op een koud plein.
Wie in 2026 over het Rathausplatz in Wenen loopt, door de smalle straatjes van Colmar slentert of op het Altmarkt in Dresden een mok gluhwein vasthoudt, doet iets wat mensen al zeven eeuwen doen. De vorm is veranderd: van vlees inslaan tot lichtfestivals van 280.000 vierkante meter. Maar de kern is gebleven. Mensen zoeken warmte, verbinding en gedeelde vreugde op in de donkerste tijd van het jaar. Dat is uiteindelijk het hele verhaal van de kerstmarkt.
Tijdlijn: de kerstmarkt door de eeuwen heen
1296 │ Wenen Hertog Albrecht I verleent Weense burgers het recht op een Dezembermarkt, de vroegste gedocumenteerde voorloper.
1310 │ München Eerste vermelding van een wintermarkt in München.
1384 │ Bautzen Koning Wenceslaus IV verleent het recht op een vrije vleesmarkt tot Kerstmis.
1393 │ Frankfurt Eerste vermelding van een decembermarkt in Frankfurt.
1434 │ Dresden De Striezelmarkt wordt gehouden als eendaagse vleesmarkt op het Altmarkt. Dit wordt beschouwd als de eerste echte kerstmarkt.
ca. 1530 │ Duitsland Maarten Luther verschuift de cadeautraditie van Sint-Nicolaas naar kerstavond, wat de vraag naar kerstartikelen aanjaagt.
1570 │ Straatsburg De Christkindlmarkt van Straatsburg begint. Het is een van de oudste nog bestaande kerstmarkten.
1616 │ Neurenberg Een priester klaagt dat zijn gemeente op kerstavond niet naar de dienst komt omdat iedereen op de markt winkelt.
1628 │ Neurenberg Eerste officiële documentatie van de Christkindlesmarkt.
1750 │ Berlijn De overheid reguleert locatie en duur van de Berlijnse kerstmarkt.
1869 │ Frankfurt Politieverordening beperkt de markt en verbiedt niet-kerstartikelen.
1903 │ Wenen De kerstmarkt wordt vernieuwd met 128 kramen en voor het eerst elektrische verlichting.
1933 │ Duitsland Het naziregime brengt markten terug naar binnensteden als propagandamiddel.
1946 │ Wenen Eerste kerstmarkt na de Tweede Wereldoorlog.
1970 tot 2019 │ Europa Het aantal kerstmarkten verdrievoudigt. De traditie verspreidt zich wereldwijd.
1982 │ Verenigd Koninkrijk Eerste kerstmarkt in het VK.
2024 │ Craiova Het Roemeense Craiova wordt verkozen tot beste kerstmarkt van Europa.
2026 │ Europa Meer dan 3.000 kerstmarkten met een gezamenlijke impact richting een miljard euro.
Bekijk ook Kerstavontuur.com voor tips over kerstuitjes en winterse bestemmingen.